Er zijn mensen die zeggen dat het humanisme
zijn langste tijd gehad heeft. Dat het werk er op zit. De mens is bevrijd uit
haar sociale boeien en heeft de grot verlaten. Eind goed al goed.
Sommigen vinden zelfs dat het humanisme - dat levensbeschouwelijk-filosofisch-cultureel-sociale
emancipatieproject van vrijheid, gelijkwaardigheid en humaniteit - de mens op een voetstuk
heeft geplaatst. Het individu als nieuwe heilige, ten koste van haar omgeving:
mens, dier en planeet.
Deze mensen verwarren groeipijn met aftakeling. Het humanisme is niet klaar, maar begint pas net.
Zo lang er mensen zijn hebben we elkaar
geprobeerd te overheersen. Elkaar te categoriseren en zo te onderwerpen tot
beheersbare subjecten. Met godsdienst. Met politiek. Met cultuur. Met
wetenschap. Met geld.
Zo lang er mensen zijn, zijn er ook tegenbewegingen. Groepen die in opstand
kwamen voor een rechtvaardige behandeling en eerlijke verdeling. Totdat het tij
gekeerd was, en de onderdrukte de nieuwe heerser werd.
Maar pas zeer recent was er een verzameling individuen, die zich verenigden met
als enige gemeenschappelijk uitgangspunt het feit dat ze eerst en bovenal een
individu zijn. Een individu dat altijd het recht heeft anders te mogen zijn dan
dat het collectief haar, met of zonder geweld, voorschrijft.
Dat idee begint pas net lekker tot bloei te
komen. Dat geloof in een fundamentele vrijheid; die mens die als evenbeeld van God
geschapen was, met al haar scheppende vermogens.
We voelen die vrijheid, op onbewaakte eerlijke momenten, waarin we weten dat we
ieder moment ons leven radicaal om kunnen gooien. Je relatie stoppen. Of juist
beginnen. Je haar verven. Uit je geloof stappen. Of uit je leven.
Het is een beangstigende vrijheid. Het is verleidelijk haar af te doen als wilde
uitspatting en terug te keren naar veiligheid en vertrouwdheid. Het zekere voor
het onzekere.
Maar als er al een God zou zijn, zou ze willen dat we de door haar gegeven
vrijheid nog veel en veel beter gaan gebruiken.
Want er is werk te doen. Het verstikkende
collectief, dat braaf doet wat de leider zegt, neemt constant nieuwe vormen
aan. De duivel houdt van verkleedpartijtjes. Nieuwe profeten staan op. Oude godsdiensten herleven. Nieuwe politici die eenheid en zuiverheid prediken. Fanatici die zich vastbijten in andermans liefde als een vampier in zijn avondmaal. Mooie
posters met dure merken die geluk beloven. Mensen die menen te weten hoe de
wereld écht in elkaar zit.
Allen bieden ze je zielenrust. Het einde van twijfel. Slecht in ruil voor het
enige waar je helemaal zelf over gaat. Je vrijheid.
De vrijheid waar ik over praat is geen individualisme,
maar een correctie op de nog altijd kolossaal krachtige aanzuigende werking van
de massa. Individualisme is een vorm van onvolgroeide vrijheid, die nog niet
snapt dat iederéén vrij is, net zo vrij als jij, en elke keuze een verantwoordelijkheid
in zich draagt ten opzichte van die vrije ander. De individualist is een puber
die alleen maar doet waar hij zelf zin in heeft.
Het humanisme heeft nog jaren werk te doen om die puber te helpen opgroeien tot
een vrij, verantwoordelijk en volwassen mens.

Reacties
Een reactie posten