Het is waarschijnlijk zo'n 750 zondagen geleden dat ik voor het laatst een kerkdienst heb bijgewoond. (Sindsdien gaat het natuurlijk heel slecht met me. Ik heb al blowend/drinkend gestudeerd tussen humanisten en atheisten, ben getrouwd met een vegetarische hindoevrouw, doe aan meditatie en luister af en toe stiekem naar death metal. Maar dat terzijde.) De kerk in Harderwijk, vol met hele aardige mensen, verloor vroeg tijdens m'n tienertijd haar vermogen om mij aan te spreken en te inspireren. Ze deed wel haar best, ik herinner me een dienst waar Where is the Love? van The Black Eyed Peas werd gedraaid en geanalyseerd, maar het kwam niet verder dan dat soort verwoede pogingen de verveelde bezoeker te vermaken. Een soort Balkenende op een skateboard om de jeugd aan te spreken.
Tijdens een slaap- en droomloze zaterdagnacht vol boeken en wilde gedachten, bedacht ik me ineens dat ik dat best jammer vind. Dat ik geen mooie plek heb om samen met gelijkgestemden te dromen van een betere wereld.
Nee ik mis God niet. Maar soms wel het gemeenschappelijk geinspireerd raken om een samenleving te bouwen waar het beter en menselijker is dan tot nu toe. Waar we heel verschillend kunnen denken over dingen, en daar in goede harmonie over kunnen ouwehoeren.
Een kerk (of tempel/moskee/gurudwar) staat voor mij symbool voor een plek waar we met elkaar bewaren wat ons heilig is. Wat zo belangrijk is dat we het moeten bewaren. Een soort museum voor de menselijkheid. Een bewaarplaats van het goede. Althans, dat zou het kunnen zijn.
De kerk heeft haar glans in het vervullen van deze functie voor het grote publiek verloren. Maar we hebben die functie harder nodig dan ooit tevoren, in een wereld waar dromen vaak cynisch zijn en vooral nachtmerries worden voorgeschoteld.
Er worden ondertussen wel nieuwe experimentjes gedaan om ons seculiere schaapjes weer aan een droom te binden, niet in de laatste plaats door de kerken zelf. Ik heb er zelfs mijn baan aan te danken. De meest interessante vind ik nog steeds The Sunday Assembly, een uit Engeland overgewaaide hipsterclub die het leven vieren zonder God, en op zondag een atheistische kopie van een kerkdienst beoefenen. Inclusief zingen en collecteren.
En toch blijf ik thuis. Ik herken de enorme weerstand van veel mensen om me aan te sluiten bij een collectiefje. We zijn als de dood om bij een nieuw clubje verzeild te raken dat ons vertelt wat de visie op het goede leven moet zijn. Want dat willen we nog altijd wel lekker even zelf bepalen, jonguh! De postmoderne (whatever) mens wil koste wat kost niet zijn 'eigen mening' kwijtraken. En bij gebrek aan alternatief verdwalen we op zondag daarom liever in de IKEA of het keuzemenu van Netflix.
Voor deze mensen, en voor mij ook, is God niet meer heilig. God is een concept geworden, een gespreksonderwerp. Is er dan nog iets heilig? Wat is er op dit moment zo belangrijk dat het koste wat kost bewaard en verdedigd moet worden? Voor mij is dat in ieder geval de vrijheid die we hebben om daar het gesprek over te voeren. En als we dat open gesprek over wat ons heilig is in een kerk zouden gaan voeren, dan zou het maar zo kunnen dat ik weer eens binnenloop. Die kerk zit dan hopelijk vol met atheisten, moslims, christenen, humanisten, ietsisten, nietsisten, kunstenaars en wetenschappers die met elkaar een menselijk gesprek hebben over welke wereld we in willen leven.
Tijdens een slaap- en droomloze zaterdagnacht vol boeken en wilde gedachten, bedacht ik me ineens dat ik dat best jammer vind. Dat ik geen mooie plek heb om samen met gelijkgestemden te dromen van een betere wereld.
Nee ik mis God niet. Maar soms wel het gemeenschappelijk geinspireerd raken om een samenleving te bouwen waar het beter en menselijker is dan tot nu toe. Waar we heel verschillend kunnen denken over dingen, en daar in goede harmonie over kunnen ouwehoeren.
Een kerk (of tempel/moskee/gurudwar) staat voor mij symbool voor een plek waar we met elkaar bewaren wat ons heilig is. Wat zo belangrijk is dat we het moeten bewaren. Een soort museum voor de menselijkheid. Een bewaarplaats van het goede. Althans, dat zou het kunnen zijn.
De kerk heeft haar glans in het vervullen van deze functie voor het grote publiek verloren. Maar we hebben die functie harder nodig dan ooit tevoren, in een wereld waar dromen vaak cynisch zijn en vooral nachtmerries worden voorgeschoteld.
Er worden ondertussen wel nieuwe experimentjes gedaan om ons seculiere schaapjes weer aan een droom te binden, niet in de laatste plaats door de kerken zelf. Ik heb er zelfs mijn baan aan te danken. De meest interessante vind ik nog steeds The Sunday Assembly, een uit Engeland overgewaaide hipsterclub die het leven vieren zonder God, en op zondag een atheistische kopie van een kerkdienst beoefenen. Inclusief zingen en collecteren.
En toch blijf ik thuis. Ik herken de enorme weerstand van veel mensen om me aan te sluiten bij een collectiefje. We zijn als de dood om bij een nieuw clubje verzeild te raken dat ons vertelt wat de visie op het goede leven moet zijn. Want dat willen we nog altijd wel lekker even zelf bepalen, jonguh! De postmoderne (whatever) mens wil koste wat kost niet zijn 'eigen mening' kwijtraken. En bij gebrek aan alternatief verdwalen we op zondag daarom liever in de IKEA of het keuzemenu van Netflix.
Voor deze mensen, en voor mij ook, is God niet meer heilig. God is een concept geworden, een gespreksonderwerp. Is er dan nog iets heilig? Wat is er op dit moment zo belangrijk dat het koste wat kost bewaard en verdedigd moet worden? Voor mij is dat in ieder geval de vrijheid die we hebben om daar het gesprek over te voeren. En als we dat open gesprek over wat ons heilig is in een kerk zouden gaan voeren, dan zou het maar zo kunnen dat ik weer eens binnenloop. Die kerk zit dan hopelijk vol met atheisten, moslims, christenen, humanisten, ietsisten, nietsisten, kunstenaars en wetenschappers die met elkaar een menselijk gesprek hebben over welke wereld we in willen leven.
Reacties
Een reactie posten