Doorgaan naar hoofdcontent

mensenvirus


Wat zeg je tegen mensen die immigratie slechts zien als een bedreiging? ‘Een verzwakking van de plaatselijke cultuur,’ las ik bij een Facebook-fan van Thierry Baudet. Wat zeg je tegen mensen die niet-westerse mensen alleen maar kunnen zien als een virus, dragers van besmettelijke ideeën waartegen we ons met antilichamen moeten wapenen? Waar ons lichaam van binnenuit zwakker van wordt en langzaam zal sterven?

Ik zou kunnen zeggen dat hun idee van identiteit een illusie is, in zichzelf een mengelmoes is. Dat hun ‘ons’ niet de mijne is. Dat hun eigen DNA bestaat uit dat van miljoenen geïmmigreerde voorvaders en moeders. Dat hun cultuurgevoel eerder versterkt dan verzwakt door immigratie. Dat niemand ze iets wil afnemen, maar vooral iets wil toevoegen. Dat het heel goed gaat met Nederland. Dat immigratie nooit de oorzaak is van het probleem dat je ervaart. Dat problemen erbij horen in een samenleving. Dat fouten erbij horen. Dat die niet betekenen dat we falen. Dat ons forum, onze democratie, bestaat bij de gratie van fundamentele verschillen en spanningen. Een diversiteit aan levensvormen, gebouwd op dezelfde grond(wet). Dat vooruitgang tijd kost. Of dat we allemaal mensen zijn die ten diepste (bijna) allemaal hetzelfde willen: een veilige plek voor hunzelf en hun geliefden. 
Want een mens is geen virus. Een mens is altijd een lichaam. 

Dat en nog veel meer zou ik kunnen zeggen. Ik zou zelfs kunnen zeggen dat ik het soms wel begrijp dat ze boos zijn.
Maar het zou niet helpen. Het zou een oeverloze discussie worden over misverstanden. Geloof me, ik heb het geprobeerd.

Daarom richt ik me liever tot de ander. Ik zou dan kunnen zeggen:

‘Welkom in Nederland. U bent er al een tijdje, maar alsnog: welkom. Dat heeft u vast niet vaak gehoord. Ik ook niet.

Het is een klein, jong landje met rare gebruiken. Het groeide op in de klei en in gevecht met het water. Men ging er naar de kerk en zwoegde voor God, al doet men dat steeds minder. Men houdt van handelen, daar werden we rijk mee. Niet altijd even netjes overigens, laten we eerlijk zijn. Veel wordt gedeeld: grond en belastinggeld. We leven hier dicht op elkaar, dus dat moet wel. Het is ook een vrij landje, er is veel mogelijk. Er zijn kansen. Meer nog dan op het verleden, is de blik gericht op de toekomst.

Er zijn veel mensen die jou liever zien gaan dan komen. Het zal daarom vaak voelen alsof je er niet bij hoort. Alsof het nooit goed genoeg is. Je nooit genoeg Nederlands spreekt. Je nooit genoeg hetzelfde bent als zij. Grote kans dat je vaker moet solliciteren voor dezelfde baan als je buurvrouw omdat je een rare naam hebt.

Maar er zijn er nog zoveel meer die geloven dat, zolang we de vrijheid van de ander in ere houden, er plek is voor iedereen die wil werken aan een mooie toekomst. Of je nou links, rechts of iets daar tussenin bent. Dat er plek is voor behoud van je eigen gewoontes en eigenaardigheden. Omdat iedereen die heeft. 
Dat zijn mensen die niet geloven in een puur verleden die werkte voor een enkeling, maar in een gedeelde toekomst die werkt voor iedereen. 

Het samenleven zal wel soms lastig zijn. Soms vaak. We zullen kwaad zijn op elkaar. We zullen het nooit helemaal eens worden. We moeten allemaal water bij de wijn doen. Alle verandering is moeilijk. We zullen het verleden missen. De geuren en kleuren van het nest waarin we groot werden.
Dat alles kan echter een nieuwe plek krijgen. Verandering kan ook evolutie zijn. We kunnen iets anders dan water bij de wijn doen. Een nieuwe wijn maken die we nu nog niet kennen, maar die u en ik samen uit gaan vinden en daarna wellicht opdrinken.
En die evolutie, die groei, daar hebben we alle handen bij nodig.’

Dat zou ik kunnen zeggen. Wie weet helpt het.




Reacties

Populaire posts van deze blog

goede woede

Ik mis Rage Against The Machine en Henry Rollins. Ik word oud. Goede woede is de titel van een boekje met Youp van 't Heks beste columns. Boze tekstjes over zaken waar Youp zich persoonlijk over opwindt. Maar Youp van 't Hek is oud; mensen een paar jaar jonger dan ik kennen 'm niet echt meer. Wat Wim Kan voor mij was zeg maar. Maar hij is eigenlijk ook niet meer van deze tijd. Want het kan niet echt meer, boos zijn. In onze overgepsychologiseerde, positieve verwen-wereld is er maar 1 doel: je goed voelen. Wellness. We drinken zoete Starbucks frappuccino's bij makkelijk te gebruiken apple laptops, achter een spotify muur van gepersonaliseerde feelgood playlists. Peter Sloterdijk noemde dit het kristalpaleis : een fijne verwarmde wereld waar vermogende westerlingen die het geluk hadden er geboren te worden zich (tegen betaling) in kunnen opsluiten om zich te beschermen voor het ongeluk van de rest van de wereld. Boos zijn is een vorm van onvermogen. Een teken dat he...

kerk: bewaarplaats van het goede?

Het is waarschijnlijk zo'n 750 zondagen geleden dat ik voor het laatst een kerkdienst heb bijgewoond. (Sindsdien gaat het natuurlijk heel slecht met me. Ik heb al blowend/drinkend gestudeerd tussen humanisten en atheisten, ben getrouwd met een vegetarische hindoevrouw, doe aan meditatie en luister af en toe stiekem naar death metal. Maar dat terzijde.) De kerk in Harderwijk, vol met hele aardige mensen, verloor vroeg tijdens m'n tienertijd haar vermogen om mij aan te spreken en te inspireren. Ze deed wel haar best, ik herinner me een dienst waar Where is the Love? van The Black Eyed Peas werd gedraaid en geanalyseerd, maar het kwam niet verder dan dat soort verwoede pogingen de verveelde bezoeker te vermaken. Een soort Balkenende op een skateboard om de jeugd aan te spreken. Tijdens een slaap- en droomloze zaterdagnacht vol boeken en wilde gedachten, bedacht ik me ineens dat ik dat best jammer vind. Dat ik geen mooie plek heb om samen met gelijkgestemden te dromen van een ...

Mediteren op Schiphol

De schoenen staan netjes in een kast buiten de 'Meditation Centre' bij de F-gates waar ik toevallig langs liep op zoek naar een toilet. Het ruikt sterk naar zweetsokken. De ruimte zelf is grijs en voelt gebruikt aan. Aan de muur hangen mooie posters van door glas-in-lood geïnspireerde kunst. Aan een tafel zitten drie mannen te lezen in de Koran. In de hoek richting het oosten bidt een kleine man op zijn gebedskleed, het hoofd voorovergebogen, bewegingloos verzonken in zichzelf of het hogere. Op de grond voor de boekenkast zit een jonge vrouw, ze leest uit de Bijbel. Ik pak een meditatiekrukje en ga zitten met mijn rug naar de muur. We zitten hier als enige zes mensen, van de duizenden die nu op het vliegveld rondlopen, en we proberen afzonderlijk de stilte te vinden. Het schept een band. Of die verzin ik. Niemand maakt contact met een ander. Ik probeer te mediteren. Links van me, via de door een rolkoffer geblokkeerde openstaande deur, waaien geluiden naar binnen van enthous...