De schoenen staan netjes in een kast buiten de 'Meditation Centre' bij de F-gates waar ik toevallig langs liep op zoek naar een toilet. Het ruikt sterk naar zweetsokken. De ruimte zelf is grijs en voelt gebruikt aan. Aan de muur hangen mooie posters van door glas-in-lood geïnspireerde kunst. Aan een tafel zitten drie mannen te lezen in de Koran. In de hoek richting het oosten bidt een kleine man op zijn gebedskleed, het hoofd voorovergebogen, bewegingloos verzonken in zichzelf of het hogere. Op de grond voor de boekenkast zit een jonge vrouw, ze leest uit de Bijbel. Ik pak een meditatiekrukje en ga zitten met mijn rug naar de muur.
We zitten hier als enige zes mensen, van de duizenden die nu op het vliegveld rondlopen, en we proberen afzonderlijk de stilte te vinden. Het schept een band. Of die verzin ik. Niemand maakt contact met een ander.
Ik probeer te mediteren. Links van me, via de door een rolkoffer geblokkeerde openstaande deur, waaien geluiden naar binnen van enthousiaste groepen mensen op weg naar een hopelijk goede vakantie, gesprekken in talloze talen, elektrische langszoevende karretjes, de omroepinstallatie die ons oproept onze bagage niet onbeheerd achter te laten en de vliegveldpastor die luid vertelt aan zijn collega's over de griep die hij onlangs oppikte in het kinderdagverblijf (ik vermoed van zijn kleinkind). Een vliegtuig landt in de buurt, de vloer trilt er van.
Ik ben ver weg van mezelf, het is moeilijk mijn ogen dicht te houden. Het afgelopen uur flitst door m'n hoofd, met daarbij alle mensen die ik op dit vroege uur al ontmoet heb. Het meisje in de trein met de Albert Heijn tas. De stewardess die me vroeg 1 kilo van mijn koffer naar mijn handbagage te verplaatsen (ik koos voor de stroopwafels en de XL pot Duo Penotti). De security medewerker die me vroeg de Duo Penotti uit mijn rugtas te halen en weg te gooien, waarna hij me vertelde hoe erg hij het vindt dat zoveel mensen hier zoveel spullen weggooien, gewoon omdat ze niet goed nadenken, en dat terwijl er zoveel mensen in de wereld honger lijden en hij niets met de weggegooide spullen mag doen. Ik geef hem gelijk en bied mijn excuses aan, wat hij evengoed een vreemde actie lijkt te vinden.
Het vliegveld trekt mijn ziel uit mijn lijf met al die mensen in alle kleuren en vormen, de winkels met enorme aanbiedingen en extra grote flessen drank, de penetrante geur van parfum en pannenkoeken, de borden die ik goed in de gaten moet houden.
En ineens ben ik weer terug in de meditatieruimte. Ik haal diep adem. Eén van de moslims aan tafel is vertrokken, verder zit iedereen nog in precies dezelfde houding.
En ineens is er een klein gaatje in de tijd. Heel even besef ik me hoe bijzonder alles eigenlijk is. En heel even is het stil. Op het zachte gezoem van de ventilatie na.
En dan moet ik snel naar de gate. Er is nog net genoeg tijd om koffie te halen.
We zitten hier als enige zes mensen, van de duizenden die nu op het vliegveld rondlopen, en we proberen afzonderlijk de stilte te vinden. Het schept een band. Of die verzin ik. Niemand maakt contact met een ander.
Ik probeer te mediteren. Links van me, via de door een rolkoffer geblokkeerde openstaande deur, waaien geluiden naar binnen van enthousiaste groepen mensen op weg naar een hopelijk goede vakantie, gesprekken in talloze talen, elektrische langszoevende karretjes, de omroepinstallatie die ons oproept onze bagage niet onbeheerd achter te laten en de vliegveldpastor die luid vertelt aan zijn collega's over de griep die hij onlangs oppikte in het kinderdagverblijf (ik vermoed van zijn kleinkind). Een vliegtuig landt in de buurt, de vloer trilt er van.
Ik ben ver weg van mezelf, het is moeilijk mijn ogen dicht te houden. Het afgelopen uur flitst door m'n hoofd, met daarbij alle mensen die ik op dit vroege uur al ontmoet heb. Het meisje in de trein met de Albert Heijn tas. De stewardess die me vroeg 1 kilo van mijn koffer naar mijn handbagage te verplaatsen (ik koos voor de stroopwafels en de XL pot Duo Penotti). De security medewerker die me vroeg de Duo Penotti uit mijn rugtas te halen en weg te gooien, waarna hij me vertelde hoe erg hij het vindt dat zoveel mensen hier zoveel spullen weggooien, gewoon omdat ze niet goed nadenken, en dat terwijl er zoveel mensen in de wereld honger lijden en hij niets met de weggegooide spullen mag doen. Ik geef hem gelijk en bied mijn excuses aan, wat hij evengoed een vreemde actie lijkt te vinden.
Het vliegveld trekt mijn ziel uit mijn lijf met al die mensen in alle kleuren en vormen, de winkels met enorme aanbiedingen en extra grote flessen drank, de penetrante geur van parfum en pannenkoeken, de borden die ik goed in de gaten moet houden.
En ineens ben ik weer terug in de meditatieruimte. Ik haal diep adem. Eén van de moslims aan tafel is vertrokken, verder zit iedereen nog in precies dezelfde houding.
En ineens is er een klein gaatje in de tijd. Heel even besef ik me hoe bijzonder alles eigenlijk is. En heel even is het stil. Op het zachte gezoem van de ventilatie na.
En dan moet ik snel naar de gate. Er is nog net genoeg tijd om koffie te halen.

Heel mooie observatie
BeantwoordenVerwijderen