Onze Willem vertelde in zijn kersttoespraak dat hij gelooft in een land waar vrijheid en gelijkwaardigheid de basis zijn. Waar openheid is voor verschil.
Mijn niet bijzonder oranje hart zegt dan toch: een boodschap om best trots op te zijn in een wereld vol boze mannetjes (en vrouwtjes).
En direct gaat het knagen he, want zo zijn we / ben ik. Het klinkt zo mooi, en eigenlijk ook zo makkelijk. Maar hoe moet dat dan? Openheid is namelijk geen vanzelfsprekend begrip, en vrijheid evenmin.
Eerst iets meer over vrijheid. De Geenstijlers onder ons zitten aan het ene uiterste van het vrijheidsspectrum, en alles wat bij hen riekt naar inperking van vrijheid door wie dan ook, moet direct met rotte tomaten worden bekogeld. Ze verdedigen vrijheid als groot goed, en zitten daarmee in een paradox die ze zelf niet willen zien. Iedereen moet alles mogen zeggen en denken in Nederland, maar kom verdomme met je mening niet aan 'onze' vrijheid want dan maken we je kapot.
Dan zijn er de meer relativistische linksere types (waar Geenstijlers natuurlijk een tyfushekel aan hebben) die vrijheid opvatten als volkomen openheid. Alles mag er zijn, iedereen is verschillend, en die diversiteit zorgt voor een mooie regenboog. Ook op zich een nastrevenswaardig idealisme, maar evenmin werkbaar, aangezien ze de neiging heeft blind te zijn voor lastige verschillen. Dan krijg je regenboog- en stroopwafelpieten als oplossing voor eeuwenoude ingebakken superioriteitsgevoelens.
Beide groepen streven naar een utopische vorm van vrijheid, naar iets dat er vroeger was maar nu niet meer, of iets dat ooit nog moet gaan komen.
Het zou mooi zijn als deze (door mij voor de duidelijkheid wat gechargeerde karakters) elkaar konden vinden in wat ze gemeen hebben, namelijk dat vrijheid inderdaad een groot goed is, welke het verdient bewaard te blijven. Dat komt er ongeveer neer op dat keuzevrijheid zoveel mogelijk bevorderd moet worden, tot het punt dat jouw keuzes de vrijheid van anderen aantast. We zijn wel open, maar niet neutraal. We nemen een standpunt in voor zoveel mogelijk verschil, maar we zijn tegen betweters en missionarissen. Het is eigenlijk net als met jazzmuziek maken: je bent vrij om volledig je improviserende zelf te zijn, zonder dat je daarmee de muziek van je bandleden verkloot.
Geen diep inzicht, geef ik toe, maar wel iets dat we vaak lijken te vergeten. Je moet namelijk blijven praten over wat je verstaat onder vrijheid. Een handig onderscheid in definities komt van filosoof Charles Taylor: hij ziet een verschil tussen negatieve en positieve vrijheid. De eerste is 'vrijheid van', vrijheid als vrij zijn van beperkingen van buiten. Je bent werkelijk vrij als niemand je tegenhoudt. Positieve vrijheid is 'vrijheid tot', en gaat over dat vrijheid niet vanzelfsprekend is, maar ingevuld moet worden. Het is de mogelijkheid zelf vorm te geven aan je leven, en volwassen keuzes te maken binnen de gegeven omstandigheden. Veel vrijheidsstrijders houden het bij de eerste definitie, maar vergeten de belangrijke tweede, De reden is waarschijnlijk omdat we met die tweede definitie in gesprek met elkaar moeten blijven en onze vrije keuzes blijven verantwoorden. Maar dat is ingewikkeld, vervelend en onzeker. En dan blijven we onszelf maar al te graag weer ingraven in veilige zekere loopgraafjes om onze vrijheid te verdedigen van indringers. (Om die reden zou de PVV eigenlijk de PTB moeten heten, de Partij Tegen Bemoeienis.)
Een voorbeeldje van die ingewikkelde vrijheid. Op de VU waar ik werk is onlangs een algemene stilteruimte en een islamitische gebedsruimte geopend. De algemene ruimte is een open ruimte, waar plek is voor iedere levensbeschouwing of religie om tijd te nemen voor stilte en bezinning. De PVV zag hier direct reden in om kamervragen te stellen en sluiting van de VU te eisen, want waarom moeten die moslims weer speciale en aparte voorzieningen krijgen?
De reden voor de VU voor twee aparte ruimtes is voornamelijk praktisch, en komt voort uit wensen van haar islamitische studenten (lees: klanten). Veel studenten moeten vijf keer per dag bidden, en zowel de mannen als vrouwen doen dit graag gescheiden van elkaar. Dit gaat in de dagelijkse praktijk niet samen met de openheid van de andere ruimte, dus kom, laten we een andere ruimte maken.
Een ideale oplossing? Nee. Want er zijn nu een klein aantal christenen en andersgelovigen die ook een eigen ruimte willen; 'Als zij het krijgen willen wij het ook'. Best een ietsiepietsie beetje begrijpelijk natuurlijk.
Een verkeerde oplossing dus? Ook niet. Want er wordt in deze constructie niemand beperkt in zijn of haar vrijheid om zijn geloof te beleven. Een christen is met zijn Bijbel welkom in de algemene ruimte, en een joodse met haar Thora. Een moslim die graag wel 'gemengd bidt' ook. Een moslim die dat niet doet, kan naar de islamitische gebedsruimte.
Ik zou zelf het liefst zien dat er grote algemene bezinningsruimte is, net als op vele Amerikaanse campussen, waar iedereen zijn geloof viert en dat vaak ook nog samen. Maar als een andere oplossing beter recht doet aan verschillende wensen van dit moment, zonder dat iemand hiermee direct beperkt wordt, dan moeten we durven slikken, genoegen nemen met dit vrijheids-compromis, en stoppen met anderen afzeiken en onszelf zielig vinden.
En zelfs Wim-Lex is het met me eens, ongeveer. Dus ik heb gelijk.
'Kunnen we vandaag de weelde van de vrijheid dragen? Mijn antwoord is: 'ja'. Als we blijven beseffen dat onze vrijheid onze gezamenlijke verantwoordelijkheid is. En dat mensen alleen echt vrij kunnen zijn als zij zichzelf mogen zijn in een samenleving die accepteert dat mensen van elkaar verschillen.'
Mijn niet bijzonder oranje hart zegt dan toch: een boodschap om best trots op te zijn in een wereld vol boze mannetjes (en vrouwtjes).
En direct gaat het knagen he, want zo zijn we / ben ik. Het klinkt zo mooi, en eigenlijk ook zo makkelijk. Maar hoe moet dat dan? Openheid is namelijk geen vanzelfsprekend begrip, en vrijheid evenmin.
Eerst iets meer over vrijheid. De Geenstijlers onder ons zitten aan het ene uiterste van het vrijheidsspectrum, en alles wat bij hen riekt naar inperking van vrijheid door wie dan ook, moet direct met rotte tomaten worden bekogeld. Ze verdedigen vrijheid als groot goed, en zitten daarmee in een paradox die ze zelf niet willen zien. Iedereen moet alles mogen zeggen en denken in Nederland, maar kom verdomme met je mening niet aan 'onze' vrijheid want dan maken we je kapot.
Dan zijn er de meer relativistische linksere types (waar Geenstijlers natuurlijk een tyfushekel aan hebben) die vrijheid opvatten als volkomen openheid. Alles mag er zijn, iedereen is verschillend, en die diversiteit zorgt voor een mooie regenboog. Ook op zich een nastrevenswaardig idealisme, maar evenmin werkbaar, aangezien ze de neiging heeft blind te zijn voor lastige verschillen. Dan krijg je regenboog- en stroopwafelpieten als oplossing voor eeuwenoude ingebakken superioriteitsgevoelens.
Beide groepen streven naar een utopische vorm van vrijheid, naar iets dat er vroeger was maar nu niet meer, of iets dat ooit nog moet gaan komen.
Het zou mooi zijn als deze (door mij voor de duidelijkheid wat gechargeerde karakters) elkaar konden vinden in wat ze gemeen hebben, namelijk dat vrijheid inderdaad een groot goed is, welke het verdient bewaard te blijven. Dat komt er ongeveer neer op dat keuzevrijheid zoveel mogelijk bevorderd moet worden, tot het punt dat jouw keuzes de vrijheid van anderen aantast. We zijn wel open, maar niet neutraal. We nemen een standpunt in voor zoveel mogelijk verschil, maar we zijn tegen betweters en missionarissen. Het is eigenlijk net als met jazzmuziek maken: je bent vrij om volledig je improviserende zelf te zijn, zonder dat je daarmee de muziek van je bandleden verkloot.
Geen diep inzicht, geef ik toe, maar wel iets dat we vaak lijken te vergeten. Je moet namelijk blijven praten over wat je verstaat onder vrijheid. Een handig onderscheid in definities komt van filosoof Charles Taylor: hij ziet een verschil tussen negatieve en positieve vrijheid. De eerste is 'vrijheid van', vrijheid als vrij zijn van beperkingen van buiten. Je bent werkelijk vrij als niemand je tegenhoudt. Positieve vrijheid is 'vrijheid tot', en gaat over dat vrijheid niet vanzelfsprekend is, maar ingevuld moet worden. Het is de mogelijkheid zelf vorm te geven aan je leven, en volwassen keuzes te maken binnen de gegeven omstandigheden. Veel vrijheidsstrijders houden het bij de eerste definitie, maar vergeten de belangrijke tweede, De reden is waarschijnlijk omdat we met die tweede definitie in gesprek met elkaar moeten blijven en onze vrije keuzes blijven verantwoorden. Maar dat is ingewikkeld, vervelend en onzeker. En dan blijven we onszelf maar al te graag weer ingraven in veilige zekere loopgraafjes om onze vrijheid te verdedigen van indringers. (Om die reden zou de PVV eigenlijk de PTB moeten heten, de Partij Tegen Bemoeienis.)
Een voorbeeldje van die ingewikkelde vrijheid. Op de VU waar ik werk is onlangs een algemene stilteruimte en een islamitische gebedsruimte geopend. De algemene ruimte is een open ruimte, waar plek is voor iedere levensbeschouwing of religie om tijd te nemen voor stilte en bezinning. De PVV zag hier direct reden in om kamervragen te stellen en sluiting van de VU te eisen, want waarom moeten die moslims weer speciale en aparte voorzieningen krijgen?
De reden voor de VU voor twee aparte ruimtes is voornamelijk praktisch, en komt voort uit wensen van haar islamitische studenten (lees: klanten). Veel studenten moeten vijf keer per dag bidden, en zowel de mannen als vrouwen doen dit graag gescheiden van elkaar. Dit gaat in de dagelijkse praktijk niet samen met de openheid van de andere ruimte, dus kom, laten we een andere ruimte maken.
Een ideale oplossing? Nee. Want er zijn nu een klein aantal christenen en andersgelovigen die ook een eigen ruimte willen; 'Als zij het krijgen willen wij het ook'. Best een ietsiepietsie beetje begrijpelijk natuurlijk.
Een verkeerde oplossing dus? Ook niet. Want er wordt in deze constructie niemand beperkt in zijn of haar vrijheid om zijn geloof te beleven. Een christen is met zijn Bijbel welkom in de algemene ruimte, en een joodse met haar Thora. Een moslim die graag wel 'gemengd bidt' ook. Een moslim die dat niet doet, kan naar de islamitische gebedsruimte.
Ik zou zelf het liefst zien dat er grote algemene bezinningsruimte is, net als op vele Amerikaanse campussen, waar iedereen zijn geloof viert en dat vaak ook nog samen. Maar als een andere oplossing beter recht doet aan verschillende wensen van dit moment, zonder dat iemand hiermee direct beperkt wordt, dan moeten we durven slikken, genoegen nemen met dit vrijheids-compromis, en stoppen met anderen afzeiken en onszelf zielig vinden.
En zelfs Wim-Lex is het met me eens, ongeveer. Dus ik heb gelijk.
'Kunnen we vandaag de weelde van de vrijheid dragen? Mijn antwoord is: 'ja'. Als we blijven beseffen dat onze vrijheid onze gezamenlijke verantwoordelijkheid is. En dat mensen alleen echt vrij kunnen zijn als zij zichzelf mogen zijn in een samenleving die accepteert dat mensen van elkaar verschillen.'

Reacties
Een reactie posten