Ik ben sinds een tijdje ontzettend moe. Op de meeste internetlijstjes kan ik zeker 8 van de 10 symptomen afvinken van burn-out en bijna net zoveel bij depressiviteit. Inmiddels kan ik over 3 weken terecht bij een psycholoog. 'Hij is gigantisch druk,' aldus een gehaaste assistente aan de telefoon.
En gelukkig ben ik inderdaad niet de enige. In 2011 waren er in Nederland 900 duizend werknemers met burnout klachten, en dat percentage stijgt jaarlijks. Dat relativeert weer. (Toegenomen cynisme is ook een symptoom overigens.)
De klachten zullen met van alles te maken hebben, en vragen volgens de professionals grondig 'werk' op allerlei vlakken in je leven om er weer bovenop te komen. Dus hier geen verhaaltje met 'an insight on burn-out that will blow your mind' of '10 jaw-dropping but crazily simple tips on tackling depression'. Volgens sommigen is het bijvoorbeeld simpelweg een kwestie van anders denken en dan ben je zo weer de (nieuwe) oude. Ik denk dat het eerder gaat om het opnieuw aanleren van patronen, innerlijke overtuigingen en gewoontes die er in jaren zijn ingesleten. De nieuwe, meer relaxte, gewoonten en gedachten kosten natuurlijk ook tijd om opnieuw routine te worden; al doe je het nu bewuster, dus zal het mogelijk wat sneller gaan.
Tegelijkertijd, bedacht ik me tijdens het poetsen van de wc-bril, heeft het ook te maken met de context en cultuur waarin we werken. Socioloog Max Weber schreef al aan het begin van de vorige eeuw hoe onze cultuur steeds meer een rationele, berekenende cultuur wordt, die gebaseerd is op kosten/baten-analyse. Een bureacratische organisatie moet ervoor zorgen dat mensen niet teveel persoonlijke (emotionele) invloed hebben op het werk, maar dat standaarden en protocollen zorgen voor constante kwaliteit en efficiëntie. De ratio wordt gezien als brenger van het 'neutrale goede' en de emotie als de verstorende factor die modder maakt van helder water. Personen zijn inwisselbaar, het systeem draait door. Weber noemde dit de onttovering van de wereld. 'The fate of our times is characterised by rationalisation and intellectualisation and, above all, by the "disenchantment of the world."' Een wereld waar de betovering steeds meer verdwijnt, en de ziel gekruisigd is op abstracte logo's en dito mission statements van over-doordachte organisaties.
Daar komt nog iets bij. Naast de manier waarop we werk organiseren, is ook het soort werk enorm veranderd. Weber leefde in een tijd dat we voornamelijk van alles produceerden. 20% van de bevolking was boer, tegenover 1% nu. Nu zijn we vooral werkzaam in 'indirecte' beroepen, waar het resultaat niet direct gevolg is van je handelen; leraar, adviseur, manager, blogger. Ik heb zelfs de indruk dat een groeiend aantal mensen het steeds moeilijker vindt te omschrijven welk beroep ze nu eigenlijk uitoefenen. Linkedin zit vol met 'storytellers', 'proces-aanstuurders', 'kwartiermakers' en 'project-managers'. Zo stond mijn huidige functie als 'pionier' en 'verbinder' omschreven, en houd ik me bezig met 'het bevorderen van zingeving'.
Nou betekent dit allemaal niet dat het einde der tijden nabij is. Maar wel dat de ziel en zin van ons werk, die we zo hard nodig hebben, minder vanzelfsprekend is. Het is steeds onhelderder wanneer werk af is, wanneer een stuk goed genoeg is, een klant tevreden is, of een proces afgerond. Verandertrajecten veroorzaken vaak meer werk dan dat ze oplossen. Werk is abstracter en minder grijpbaar geworden.Geen wonder dat we massaal aan het hobby-koken zijn, of een tuintje beginnen. Direct resultaat van je werk. Geen wonder dat de hippe hipster hypes gaan over rauw, lokaal, biologisch, authentiek, puur. We willen de grond voelen en proeven. We willen handgemaakte kwaliteit. Socioloog Richard Sennett is mede daarom begonnen met een offensief voor de herwaardering van vakmanschap en ambachtelijkheid, ook voor meer hedendaagse sociale beroepen. Goed werk is volgens hem niet iets dat efficiënt en perfect gemaakt is, maar met aandacht voor kwaliteit, iets dat het oog van een vakman nodig heeft. Waar de mens juist nodig is.
Psycholoog en voormalig priester Thomas Moore schrijft een iets spirituelere aanvulling op het terugvinden van de weggelekte ziel in werk. En dat is interessant, omdat waar het echt om draait in werk (en het leven), misschien wel nooit in concrete en praktische termen is te vatten.Volgens hem is het essentieel voor een gelukkig leven, om werk te zien als een soort extentie van de ziel. Dat je iets van jezelf in de wereld 'legt'. Niet als een narcist, die geobsedeerd is door het spiegelbeeld van zichzelf, maar vanuit 'bezielde trots' op dat stuk van jezelf dat nu buiten je ligt. Dit doen we door te werken vanuit verbeelding, in plaats van vanuit intellectuele abstracties. Verbeelding is volgens hem een soort combinatie van je verstand en je gevoel, iets dat voor jezelf 'klopt', ook al kun je niet helemaal uitleggen waarom.
En juist gewone dagelijkse routineklusjes kunnen hiermee heel goed een bron zijn van bezieling, indien ze gedaan worden met aandacht en zorgvuldigheid, omdat ze je als mens letterlijk in contact brengen met je directe omgeving. Het is niet voor niets dat monniken in een klooster veel tijd en aandacht dienen te besteden aan de afwas, het poetsen en het harken van de tuin. 'Als we andere mensen ons gewone werk voor ons laten doen raken we misschien iets kwijt dat onvervangbaar is en zullen we op den duur dat ontbrekende element ervaren als een pijnlijk besef van eenzaamheid en ontheemdheid.' En dat pijnlijke besef is nou precies wat mensen met burn-out of depressie zo ontzettend goed herkennen.
Reacties
Een reactie posten