Het is 26 graden. Eigenlijk te warm.
Maar ik kan niet meer stilzitten, ik moet.
Even over heet asfalt, een zijstraat, fietspad, en dan de groenere gebieden in. Door de schaduw van bomen, van de paden af, door het gras en kleine voetpaadjes. We zijn er weer.
Het valt nog mee. Het is wel erg warm, ik zweet nu al twee keer zoveel als normaal, maar het is te doen. Hier en daar zelfs een klein briesje. Ik kom in m'n ritme.
Nog 1 andere gek die ook midden op de dag z'n stoute schoenen heeft aangetrokken. Hij is zeiknat, ziet er uit alsof hij een marathon heeft gekropen, en kan nog net z'n hand optillen om me te groeten. De broederschap van eenzame lopers is stimulerend, maar zijn aanblik belooft niet veel goeds voor de terugweg.
Maar ik kan niet meer stilzitten, ik moet.
Even over heet asfalt, een zijstraat, fietspad, en dan de groenere gebieden in. Door de schaduw van bomen, van de paden af, door het gras en kleine voetpaadjes. We zijn er weer.
Het valt nog mee. Het is wel erg warm, ik zweet nu al twee keer zoveel als normaal, maar het is te doen. Hier en daar zelfs een klein briesje. Ik kom in m'n ritme.
Nog 1 andere gek die ook midden op de dag z'n stoute schoenen heeft aangetrokken. Hij is zeiknat, ziet er uit alsof hij een marathon heeft gekropen, en kan nog net z'n hand optillen om me te groeten. De broederschap van eenzame lopers is stimulerend, maar zijn aanblik belooft niet veel goeds voor de terugweg.
Dan is er dat moment tijdens het lopen dat mijn verslaving kenmerkt. M'n hoofd begint langzaam plaats te maken voor de controle van m'n lichaam. Het ritme van de passen neemt het over. Gedachten zijn niet meer geforceerd, maar vloeien optimistisch door m'n hoofd in de beste vormen. Geweldige ideeën voor m'n werk, voor een feest over 2 weken, ik hou van m'n vrouw, en van het leven. Glimlachend huppel ik als een hert over grasvelden, opgedroogde modderpaden en langs brandnetels.
Ik ben geen hoofd meer met een lichaam eronder, maar andersom. Ik voel me nietig, en dat voelt goed. Nooit zullen we het winnen van de natuur, ze is altijd sterker. Wat heerlijk om als klein onderdeeltje hier rond te mogen rennen, en het vervolgens weer achter te laten. Respect voor die grote kracht.
'This is my church. This is where I heal my hurts.'
Klap 1. Buikkrampje. Tuurlijk, het is warm en ik heb weinig gedronken. Het lichaam zegt: tempootje terug, goed ademhalen, je lichaam voelen, dan komt het goed. Oh ja. M'n voeten weer recht op de grond, rug recht, heup naar voren, schouders ontspannen. De kramp trekt weg, het ritme komt terug. Zo simpel is het.
Klap 2. Forse steken nu. Waar ben ik mee bezig? Wat doe ik mezelf aan? Nog een paar kilometer. Een fietsend meisje met zonnebril kijkt me wat ongelovig aan alsof ze denkt: je kan toch ook gewoon aan het strand gaan liggen? M'n ego springt kwispelend omhoog: 'niks ervan! doorlopen jij! topsporters gaan ook door! dit is trainen! stoppen is voor mietjes!' Maar het is te heftig. Even wandelen. Op adem komen. Het mag vandaag, het is ook wel erg warm. Stevig wandelend haal ik een oude vrouw met dito tekkel in.
Het gaat weer. Het is ok. Ik doe het op m'n eigen manier. Ik dribbel door de schaduw terug naar huis, en m'n tempo wordt langzaam weer wat hoger. Zo zou ik nog wel even door kunnen gaan. Wat is het toch heerlijk.
Ik ben geen hoofd meer met een lichaam eronder, maar andersom. Ik voel me nietig, en dat voelt goed. Nooit zullen we het winnen van de natuur, ze is altijd sterker. Wat heerlijk om als klein onderdeeltje hier rond te mogen rennen, en het vervolgens weer achter te laten. Respect voor die grote kracht.
'This is my church. This is where I heal my hurts.'
Klap 1. Buikkrampje. Tuurlijk, het is warm en ik heb weinig gedronken. Het lichaam zegt: tempootje terug, goed ademhalen, je lichaam voelen, dan komt het goed. Oh ja. M'n voeten weer recht op de grond, rug recht, heup naar voren, schouders ontspannen. De kramp trekt weg, het ritme komt terug. Zo simpel is het.
Klap 2. Forse steken nu. Waar ben ik mee bezig? Wat doe ik mezelf aan? Nog een paar kilometer. Een fietsend meisje met zonnebril kijkt me wat ongelovig aan alsof ze denkt: je kan toch ook gewoon aan het strand gaan liggen? M'n ego springt kwispelend omhoog: 'niks ervan! doorlopen jij! topsporters gaan ook door! dit is trainen! stoppen is voor mietjes!' Maar het is te heftig. Even wandelen. Op adem komen. Het mag vandaag, het is ook wel erg warm. Stevig wandelend haal ik een oude vrouw met dito tekkel in.
Het gaat weer. Het is ok. Ik doe het op m'n eigen manier. Ik dribbel door de schaduw terug naar huis, en m'n tempo wordt langzaam weer wat hoger. Zo zou ik nog wel even door kunnen gaan. Wat is het toch heerlijk.

Reacties
Een reactie posten