Het is 26 graden. Eigenlijk te warm. Maar ik kan niet meer stilzitten, ik moet. Even over heet asfalt, een zijstraat, fietspad, en dan de groenere gebieden in. Door de schaduw van bomen, van de paden af, door het gras en kleine voetpaadjes. We zijn er weer. Het valt nog mee. Het is wel erg warm, ik zweet nu al twee keer zoveel als normaal, maar het is te doen. Hier en daar zelfs een klein briesje. Ik kom in m'n ritme. Nog 1 andere gek die ook midden op de dag z'n stoute schoenen heeft aangetrokken. Hij is zeiknat, ziet er uit alsof hij een marathon heeft gekropen, en kan nog net z'n hand optillen om me te groeten. De broederschap van eenzame lopers is stimulerend, maar zijn aanblik belooft niet veel goeds voor de terugweg. Dan is er dat moment tijdens het lopen dat mijn verslaving kenmerkt. M'n hoofd begint langzaam plaats te maken voor de controle van m'n lichaam. Het ritme van de passen neemt het over. Gedachten zijn niet meer geforceerd, maar vloeien op...
zinnen van het leven